Perspectief bieden aan jongeren die afhaken

Bijna 1 Brusselse jongere op 5 loopt geen school, volgt geen stage en heeft geen werk. D’Broej lanceert een project om die jongeren, die maatschappelijk riskeren af te haken of al afgehaakt hebben, perspectief te bieden. En dat perspectief begint met vertrouwen, vertrouwen en nog eens vertrouwen. Jeugdwerker Abdellah El Boutkabouti: “Om op maat en duurzaam te kunnen werken, moet je kort bij de jongeren staan.”

“Het was hier mijn wijk voor het de hunne geworden is.”

Twee jeugdwerkers van D’Broej zullen zich de komende jaren specifiek toeleggen op die jongeren. En dat in de wijken Anneessens en Zwarte Vijvers. D’Broej verkreeg hiervoor middelen van Actiris. Bedoeling van het traject is dat de jongeren in kwestie terug de weg vinden naar een opleiding of naar de arbeidsmarkt. En daar is in de eerste plaats zelfvertrouwen en zelfkennis voor nodig.

Jeugdwerker Abdellah El Boutkabouti’s uitvalsbasis is Zwarte Vijvers in Molenbeek, meteen ook de wijk waar hij zelf opgegroeid is en nog woont. “Het was hier mijn wijk voor het de hunne geworden is. Ik heb een zekere legitimiteit in de wijk want ik heb eerder bij de Vereniging Marokkaanse Jongeren (VMJ, deelwerking van D’Broej) met andere jongeren gewerkt, mijn positie is aanvaard. De jongeren kennen mij, weten wat mijn rol is en kennen mijn visie.”

Er gewoon zijn voor hen
“In een eerste fase, is er gewoon zijn voor hen essentieel. Ik reik hen de hand, maar zij moeten ze nemen. Ik ontmoet de jongeren op straat, nabij het Bonneviepark of het Zwart Vijvers plein of in een café, om te praten over kleine en grote dingen. Ik toon gewoon dat ik er ben voor hen.”

De vertrouwensband met de jongeren in de wijk Zwarte Vijvers versterken is de eerste stap van Boutkabouti’s werk. “Ik ben in deze fase 7 dagen op 7, 24u op 24 beschikbaar voor hen. Ik loop veel rond in de wijk, ben aanspreekbaar. Ik volg hun ritme. Anderzijds begrijpen de jongeren heel goed dat als ik in een vergadering zit of bij mijn familie ben, ze geduld moeten hebben en ik later terugkom op hun vraag. Dat respecteren ze. Maar ze kunnen me echt van alles vragen: van een vacature op internet opzoeken tot meewandelen naar de nachtwinkel – je zou er verbaasd van zijn hoeveel belang de jongeren er aan hechten dat je hen even vergezelt en naar hen luistert. Zo’n kleine dingen creëren een geprivilegieerde band. Maar ze weten goed genoeg dat ik niet meega om shit te kopen. Ze kennen mijn visie. En uit respect gaan ze me daar ook niet bij betrekken.”

Eerst ‘n potje voetballen, dan de natuur in.
Sport en natuur zijn sleutels tot zelfvertrouwen in dit pilootproject. Maar ook hiervoor moet je deze jongeren op maat benaderen. Boutkabouti: “Sommige jongeren willen liever niet sporten als er anderen bijzijn die ze niet kennen. Ze beschouwen een officieel erkende zaal voor minivoetbal als een instelling. En dat is een drempel, want ze zijn er wel ’ns eerder geweest toen ze klein waren, maar ondertussen belichaamt die zaal de overheid. En daar hebben ze te veel negatieve connotaties mee. En dus regel ik andere zaaltjes, waar alleen zij en ik komen, daarna gaan we samen iets eten, praten we over ‘t leven. Ik ben de enige referentiepersoon dan, geen vrijwilligers, geen andere jeugdwerkers. Zo ontstaat een positieve band, met mij en onder elkaar.” 

Vandaaruit bouw ik verder. Als ik voel dat een groepje er klaar voor is, pak ik hen mee op weekend naar de Ardennen, later naar de bergen. Als we de stad verlaten, wordt de band tien keer hechter dan in de wijk. We maken dan trektochten en denken na over de toekosmt. Zowel de fysieke inspanning, de setting, de frisse lucht als het feit van de stad en ‘thuis’ achter te laten, faciliteren dat.

Traag maar zeker

Dit pilootproject voorziet geen gestandaardiseerd pakket of traject. Elke jongere wordt als individu benaderd, met zijn eigen valkuilen, verleden, kansen en talenten. Boutkabouti: “Al doende detecteer ik hun noden, hun competenties en hun interesses. Op basis daarvan stippelen we samen een persoonlijk traject uit.  Dat kan gaan van een opleiding kiezen, vrijwilligerswerk of werk zoeken, studies hervatten. 

De meesten willen werken, ze willen geld verdienen. Ook al praat ik veel met hen over de relativiteit van geld. Ik kan sommigen onder hen aan een job helpen waarbij ze 2.000 euro kunnen verdienen, maar ik geef hen op een blaadje: na zes maanden wil je dat niet meer doen, ook niet voor 2.000 euro. Ik benadruk het belang van te doen waar je goed in bent, waar je zin in hebt. Dat is veel duurzamer. Als jij graag de show steelt, dan moet je misschien een opleiding in de circuswereld volgen, of vrijwilligerswerk doen als animator, om maar iets te zeggen. En ja, je zal 1.000 euro minder verdienen maar veel gelukkiger zijn. Maar dat is moeilijk voor hen, het leven is duur en hun prioriteit ligt nu richting betaald werk. En dus respecteer ik dat en laat ik hen zelf lessen trekken uit hun eigen keuzes. Maar zodra iemand een initiatief neemt, evalueer ik samen met hem en stel hem gerichte vragen over wat hij gedaan heeft en de rol die hij opgenomen heeft. Die zelfevaluatie doen we op basis van feiten.

En ja, sommige trajecten lopen erg traag. Traag maar zeker.

Dit pilootproject loopt met de steun van Actiris en ESF.