Hoe Samira en Cecile discriminatie bewezen

Hoe Samira en Cecile discriminatie bewezen


“Je kan maar beter Cecile heten dan Samira als je solliciteert bij het Collège St Pierre (fr) te Jette.” klaagt een Brusselse leerkracht aan op de website van Télé-Bruxelles (22 januari 2016). Haar CV werd niet weerhouden, want : “alle afspraken waren al vastgelegd”. Zij heeft vervolgens beslist om een valse kandidatuur in te sturen onder een andere naam. En daarop kreeg ze wel een positief antwoord. Samira laat het daar niet bij en zal klacht neerleggen voor discriminatie.

Jammer genoeg is dit nog te vaak een dagelijkse realiteit. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum ontvangt jaarlijkse honderden soortgelijke klachten. Volgens de Socio-economische Monitoring 2015 van het Interfederaal Gelijkekansencentrum en de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid zijn deze discriminaties één van de oorzaken van het enorme verschil in tewerkstellingsgraad tussen autochtone Belgen (74,2 %) en Belgen van Marokkaanse afkomst (42,9 %) of Belgen van Turkse afkomst (43.3 %).

Zonder dat ze het zelf besefte heeft Samira hier een praktijktest verricht. De conclusie is eenduidig: bij nog te veel werkgevers valt men uit de gratie als men het ongeluk heeft een ‘verkeerde’ naam, een ‘verkeerde’ godsdienst, een ‘verkeerde’ afkomst te hebben of in een ‘verkeerde’ wijk te wonen. Deze werkgevers verkiezen zelfs een minder gekwalificeerde kandidaat boven een “vreemdeling”. De valse Cecile had minder diploma’s en minder werkervaring dan de echte Samira. Toch was het Cecile die onmiddellijk het aanwervingsgesprek wist te bekomen dat aan Samira werd geweigerd.

Hoeveel Samira’s hebben deze beproeving al moeten ondergaan? Hoeveel Samira’s hebben niet moeten vaststellen dat ze een beetje minder gelijk zijn dan anderen? Hoeveel Samira’s hebben het geloof in zichzelf verloren en vooral, het geloof in de beloftes van onze samenleving?

Geen bewijs, geen rechten
Als Samira er in een opwelling niet aan had gedacht zich voor te doen als Cecile, zou ze de discriminatie waar ze slachtoffer van was nooit hebben kunnen bewijzen. Niet iedereen heeft echter die reflex. Maar hoeveel gevallen van discriminatie voor elk geval dat de pers haalt? Tien? Honderd?

Dit fenomeen is te grootschalig om het te kunnen herleiden tot een optelsom van individuele gevallen. Het gaat hier om een reëel maatschappelijk probleem. Het is niet normaal dat de overheden hun handen in onschuld wassen en dat de slachtoffers zich individueel uit de slag moeten trekken om hun rechten te doen respecteren.

Wetten verbieden discriminatie. En toch blijft discriminatie meer dan ooit bestaan. Kunnen we aanvaarden dat wetteksten worden gestemd en dat men zich nadien niet bekommert om hun effectieve toepassing? Kunnen we aanvaarden dat tussen 2008 en 2013, zoals de Socio-economische Monitoring vaststelt, het verschil tussen de tewerkstellingsgraad van autochtone Belgen, en burgers geboren “buiten de Europese Unie”, nog is toegenomen van 22 % tot 27 %?

Waarom autoregulatie niet voldoende is
In de strijd tegen deze discriminaties heeft België steeds vertrouwd op de zelfregulering van ondernemingen. Discriminatie actief opsporen en bestraffen, was “not done”. Dat is een beetje hetzelfde als aan autobestuurders alleen te vragen hun snelheid te “auto-reguleren”, zonder ooit snelheidscontroles uit te voeren. Dan kan men evengoed zeggen: “Rij tegen om het even welke snelheid, er bestaat geen pakkans.” En aan die werkgevers die discrimineren: “Doe zo voort, je riskeert niets.”

De vergelijkende praktijktesten zijn een efficiënt middel om discriminaties te meten en hen zelfs te verminderen. Een grootscheepse test van de Gentse Universiteit op de huurmarkt (1500 praktijktesten) liet toe om 26 % discriminerende praktijken vast te stellen. De vastgoedmaatschappijen, geconfronteerd met deze herhaalde praktijktesten hebben hun gedrag moeten wijzigen. Bij een tweede test waren discriminerende praktijken tot 10 % gedaald.

Het is aan de overheid om vergelijkende praktijktesten te organiseren
Het is hoog tijd dat de overheden hun verantwoordelijkheid opnemen. Bij huisvesting, in het onderwijs, op de arbeidsmarkt is het nodig dat – zoals het Interfederaal Gelijkekansencentrum trouwens ook aanbeveelt – de verschillende inspecties vergelijkende praktijktesten mogen organiseren om de discriminaties systematisch en proactief op te sporen. Deze inspecties, overheidsinstellingen, zouden verbetermaatregelen kunnen voorstellen, of administratieve sancties en, indien nodig, het dossier aan het gerecht kunnen overmaken. Men beweert dat dit technisch onmogelijk is, want een inspecteur moet zich steeds bekend maken. Maar om de overtredingen door de illegale taxis van Uber of om de onwettige praktijken van de banken op de financiële markten op heterdaad te kunnen betrappen, hebben inspecteurs zich kunnen voordoen als mystery shopper, zonder zich te identificeren. Kortom, waar een wil is, is een weg.

Brussel, de hoofdstad van Europa en de tweede meest kosmopolitische stad ter wereld, moet het voorbeeld geven: in onze stad kan er geen sprake meer zijn van discriminatie, onze stad wordt de hoofdstad van de gelijke rechten. Proactieve en systematische controles en eventuele sanctionering zijn nodig om dat te bereiken. Neen, we mogen Samira niet in de kou laten staan en haar alleen haar plan laten trekken. 



Politiek mandatarissen (in alfabetische orde): 

Fouad Ahidar (eerste vicepresident van het Brussels Parlement, sp.a), Bert Anciaux (voorzitter Actiris, senator sp.a), Bruno De Lille (Brussels Parlement, Groen), Ahmed El Khannouss (voorzitter commissie Binnenlandse Zaken van het Brussels parlement, CDH), Zoé Genot (Brussels Parlement, Écolo), Youssef Handichi (Brussels Parlement, PTB/PVDA), Jamal Ikazban (Brussels Parlement, PS), Michaël Vossaert (gemeenteraadslid, DéFI), Khadija  Zamouri (Brussel Parlement, Open VLD).

Organisaties:
Mrax, Minderhedenforum vzw, Platform #PraktijktestenNu (Kif Kif vzw, Vlaamse Jeugdraad, Samenlevingsopbouw Antwerpen, Ella vzw, Uit De Marge vzw, Movement X, Hand in Hand vzw), CSC-BHV, ABVV-Brussel, Mouvement Ouvrier Chrétien, beweging.net BHV, European Network Against Racism (ENAR), Collectif contre l’islamophobie en Belgique (CCIB), Progress Lawyers Network, D'Broej vzw, Samenlevingsopbouw Vlaanderen en Brussel, Hart boven Hard, Tayush, RVDAGE/VL-svav, ReFI-oe, Share–Forum des migrants/Forum van Migranten, CCAEB, Divers&Actief, Brussels Platform Armoede, Netwerk tegen Armoede, Federation of Anglophon Africans, Belgium vzw, Vrouwen Overleg Komitee vzw, RainbowHouse Brussels

Personnaliteiten:
Bernard De Vos (Délégué aux droits de l'enfant), Dyab Abou Jahjah (kroniekschrijver De Standaard), Eric Coryn (hoogleraar VUB), Rachida Aziz (ontwerpster-activiste Le Space), Mourad Boucif (regisseur), Henri Goldman, Anne Grauwels (UPJB), Johan Leman (Foyer vzw), Bleri Lleshi (auteur), Modi Ntambwe (voorzitter RVDAGE/vl), Michaël Privot, Hamel Puissant (Actes & Paroles ASBL), Bie Vancraeynest (Coördinatrice Jeugdhuis Chicago), Wouter Van Bellingen (Minderhedenforum), Delphine Noels (realisatrice), Pascale Vieille (hoogleraar sociaal recht, UCL), Myriam Gérard (geëngageerde Brusselse), Mohamed El Omari (jurist) Divers&Actief), Abderrahim Lahlali (advokaat)