Wat is maatschappelijke kwetsbaarheid?

De kinderen en jongeren waarmee we dagelijks werken groeien op in maatschappelijke kwetsbaarheid. De Theorie van Maatschappelijke Kwetsbaarheid van Nicole Vettenburg is een verklaringsmodel voor situaties van achterstelling en uitsluiting. De theorie gaat er vanuit dat achterstelling en uitsluiting verklaard kunnen worden door een samenspel van elkaar versterkende factoren op drie niveaus: het structureel, het institutioneel en het individueel niveau.

Kinderen die opgroeien in maatschappelijke kwetsbaarheid lopen sneller kwetsuren op. Ze hebben minder succeservaringen en hun parcours verloopt veel minder rechtlijnig dan bij kinderen die kansrijk opgroeien. Kinderen ervaren spanning door de situatie thuis of op school. Ze proberen daar zo goed mogelijk mee om te gaan, maar die opgestapelde spanning maakt het moeilijk om goed te functioneren in sociale situaties. Sommige kinderen externaliseren dit: ze vertonen onwenselijk gedrag. Anderen internaliseren het. Dat valt minder op, maar schaadt hun ontwikkeling evenzeer.

We verwachten als maatschappij van adolescenten die opgroeien in kwetsbare situaties hetzelfde als van alle andere jongeren: dat ze positief meedraaien in de maatschappij en keuzes maken voor hun toekomst. Maar deze jongeren staan vaker een paar jaar achter in hun schoolcarrière. Ze raakten motivatie kwijt door te veel negatieve ervaringen. De kans is groot dat hun parcours ook als volwassene hobbelig blijft.

D'broej Rugzak illustratie

Een voorbeeld:

een gezin in financiële kwetsbaarheid woont in een te klein appartement in een dichtbevolkte wijk met weinig groen. Één ouder werkt met een precair contract en brengt die stress mee naar huis. De financiële zorgen wegen zwaar. De andere ouder slaapt slecht en is vaak oververmoeid. Gezonde voeding is duur, snelle alternatieven liggen voor de hand. De kinderen zitten vaak voor een scherm, dat brengt even rust in huis. Voor één van de kinderen loopt het moeilijk op school. Thuis is er weinig ruimte om huiswerk te maken. Het kind kan zijn stress niet kwijt en zoekt afleiding in schermen. Op school voelt het kind zich opgejaagd. Het wordt vaak uit de klas gezet omdat het niet luistert of de les verstoort. Vorige week ontplofte het kind en begon te vechten na een onbedoelde duw. De jongen krijgt een week schorsing..

Kinderen die opgroeien in maatschappelijke kwetsbaarheid lopen sneller kwetsuren  op. Ze hebben minder succeservaringen  en hun parcours verloopt veel minder rechtlijnig dan bij kinderen die kansrijk opgroeien.

Kinderen ervaren spanning door de situatie thuis of op school. Ze proberen daar zo goed mogelijk mee om te gaan, maar die opgestapelde spanning maakt het moeilijk om goed te functioneren in sociale situaties. Sommige kinderen externaliseren dit: ze vertonen onwenselijk gedrag. Anderen internaliseren het. Dat valt minder op, maar schaadt hun ontwikkeling evenzeer.

We verwachten als maatschappij van adolescenten die opgroeien in kwetsbare situaties hetzelfde als van alle andere jongeren: dat ze positief meedraaien in de maatschappij en keuzes maken voor hun toekomst. Maar deze jongeren staan vaker een paar jaar achter
in hun schoolcarrière. Ze raakten motivatie kwijt door te veel negatieve ervaringen. De kans is groot dat hun parcours ook als volwassene hobbelig blijft.

Maatschappelijke kwetsbaarheid in de Brusselse praktijk. De kinderen, jongeren en gezinnen die we bereiken, ervaren moeilijkheden op verschillende levensdomeinen. Hieronder schetsen we hun situatie.

Financiële situatie

Uit onze registraties blijkt dat slechts 7% van de gezinnen twee inkomens uit arbeid heeft. 42% heeft één inkomen uit arbeid en 29% leeft van een vervangingsinkomen. Bij 22% kennen we de financiële situatie niet, vaak omdat we jongeren begeleiden zonder rechtstreekse betrokkenheid van de ouders. 

Onderwijs en tewerkstelling

De kinderen en jongeren die we bereiken, gaan naar scholen met een groot lerarentekort. Ze krijgen onvoldoende leerstof en ondersteuning. Veel jongeren zijn schoolmoe. Uit onze cijfers blijkt dat de meeste jongeren die we begeleiden in het secundair onderwijs, in de tweede graad zitten. Vaak zijn ze 17 of 18 jaar. Ze haakten nog niet af, maar leunen er dicht tegenaan. Daarnaast bereiken we veel jongeren die niet werken en geen opleiding volgen.

Vrije tijd

De kinderen en jongeren die we bereiken, vinden moeilijk aansluiting bij andere vrijetijdsinitiatieven. Financiële en administratieve drempels vallen het meest op. Vrijetijdsactiviteiten zijn vaak moeilijk bereikbaar. Voor veel gezinnen is het niet haalbaar om hun kinderen met de auto of het openbaar vervoer naar verschillende locaties te brengen. Daarnaast spelen minder zichtbare drempels. Sommige plekken zijn onbekend, voelen niet vertrouwd, zijn weinig divers en daardoor niet herkenbaar voor ons doelpubliek.

Familiale situatie

34% van de kinderen en jongeren leeft in een eenoudergezin. Deze gezinnen kennen vaak grote financiële onzekerheid en hebben een klein ondersteunend netwerk. Naast de geregistreerde eenoudergezinnen vangen we veel signalen op van ontwrichte gezinssituaties: stress en ruzie thuis, vechtscheidingen, ouders die door de druk geen pedagogische of emotionele steun kunnen bieden aan hun kinderen.

Huisvestiging

De meeste gezinnen wonen in appartementen die niet aangepast zijn aan hun noden of in slechte tot erbarmelijke staat verkeren. De woningen zijn te klein voor het aantal gezinsleden. In de zomer is het te warm, in de winter te koud. Vocht, elektriciteit en watervoorziening leveren vaak problemen op. Brussel kampt met een tekort aan betaalbare, geschikte woningen. Voor onze gezinnen is een huurwoning vinden een enorme uitdaging. Bij twintig kandidaten voor één woning belanden zij vaak onderaan de lijst, door hun financiële situatie, gezinsgrootte of afkomst.

Fysieke gezondheid

Te kleine appartementen, moeilijke toegang tot sport door bereikbaarheid of betaalbaarheid, weinig toegankelijke buitenruimte:
het zijn enkele redenen waarom kinderen en jongeren weinig bewegen. Gezonde voeding is duurder dan fastfood en kost meer tijd. Voor gezinnen onder druk is dat niet evident. We zien veel kinderen met overgewicht, kinderen die niet leerden fietsen of zwemmen. Gezinnen in kwetsbare situaties vinden wel de weg naar de spoeddienst, maar vaak niet naar gespecialiseerde hulp.

Mentale gezondheid

Kinderen en jongeren ervaren stress op verschillende levensdomeinen. Dat weegt op hun mentale gezondheid. Brusselse jongeren in
kwetsbaarheid tonen zich veerkrachtig, maar het elastiek staat gespannen. Dit uit zich op verschillende manieren en in verschillende gradaties: gedragsproblemen, moeite om emoties te uiten, teruggetrokkenheid, faalangst, onzekerheid, eetstoornissen of verslaving. We zijn ervan overtuigd dat een fijn netwerk, zinvolle vrije tijd, contact met leeftijdsgenoten en rolmodellen van levensbelang zijn. Dat haalt druk van de ketel. Als we maatschappelijke kwetsbaarheid zouden afbeelden, gebruiken we vaak de symboliek van de rugzak. De rugzak is zwaar, dat symboliseert de kwetsuren en de moeilijkheden die doorwegen. En het parcours loopt niet rechtlijnig, maar ligt
bezaaid met drempels. Vriendschap en verbondenheid versterken de mentale gezondheid en de veerkracht.

We gebruiken het beeld van een vogelpik om ons doelpubliek te situeren. Aan de buitenste rand staan kinderen en jongeren die opgroeien in maatschappelijke kwetsbaarheid, maar nog aanhaken bij de maatschappij. Zij vinden vrij vlot hun weg naar ons en stellen vaak zelf een hulpvraag. Hoe dichter bij het hart van de vogelpik, hoe moeilijker zij de weg vinden en hoe minder zij zelf om hulp vragen.

Risico op armoede en sociale uitsluiting

Als zogenoemde werking met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren richten we ons op kinderen en jongeren in maatschappelijke kwetsbaarheid en met risico op armoede en sociale uitsluiting.

Statistieken

Wanneer we de statistieken van Brussel erbij nemen dan komt dan neer op 45% van de Brusselse jeugd, voor enkel en alleen de leeftijd 5 tot 19 jaar (D’Broej werkt tot 25 jaar) zijn dat zo’n 227.915 kinderen en jongeren. We bereiken dit doelpubliek enerzijds via het wijkgericht werken van de afgelopen 45 jaar. Daarnaast heeft D'Broej de afgelopen decennia verschillende methodieken kunnen uitbouwen en uitdiepen. Je leest elders in dit beleidsplan meer over de verschillende methoden. Via deze methoden en diverse bijkomende middelen, zijn we nu ook in enkele andere wijken actief binnen de kanaalzone maar bereiken we ook jongeren vanuit heel Brussel.

Laagdrempelige organisatie

Als uiterst laagdrempelige organisatie kunnen wij van veel van het bereikte doelpubliek geen individuele gegevens verzamelen. Ongeveer de helft van de bereikte kinderen en jongeren neemt deel aan een aanbod waarbij we met inschrijvingen werken en waarvan we dus registratiegegevens hebben. Dit gaat om ongeveer 2100 deelnemers op jaarbasis. Hiervan zijn ongeveer 600 kinderen tussen 6 en 11 jaar, waarvan 54% jongens en 46% meisjes. Om de laagdrempeligheid te garanderen registeren we van (voornamelijk) tieners en jongeren die deelnemen aan activiteiten zonder inschrijving geen formele achtergrondgegevens. Het gaat op jaarbasis om ongeveer 1500 deelnemers. 

D'broej - Sfeerbeeld

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief